Stijl


'Stijl' betekent (in deze context) de manier waarop je jezelf op papier uitdrukt. Dus woordkeus, zinsbouw, verteltoon, etc. Als je wilt schrijven, is het belangrijk dat je probeert je eigen stijl te ontwikkelen. Een manier van vertellen die bij je past, een stem die doorklinkt in je verhalen. Anders dan de andere punten die ik hier behandel, is stijl ontwikkelen iets wat je geleidelijk doet, niet iets wat je voor ieder verhaal opnieuw uitdenkt.

  • Forceer het niet

  • Laat je niet verlammen door het idee dat je 'jouw' stijl nog niet gevonden hebt. Je ontwikkelt je stijl door te oefenen, te experimenteren en heel veel te schrijven. Vaak merk je niet eens dat je een stijl ontwikkelt. Je leert schrijven op een manier die jij prettig vindt, je gaat taal steeds preciezer gebruiken om over te brengen wat je denkt, voelt en bedoelt. En op een dag leest iemand iets van je en zegt 'dat is echt iets voor jou, om dat zo te beschrijven.'

  • Kijk de kunst af

  • Er is niets mis met de stijl van je favoriete auteurs imiteren. 'Eigen' betekent niet 'in alle opzichten uniek'. We bouwen voort op elkaars werk. Iedereen steelt van elkaar en geen enkele schrijver heeft alles wat hij doet zelf verzonnen. Maar beschouw de schrijvers die je bewondert als bron van inspiratie – maak zo veel mogelijk op hen lijken niet je einddoel. Bestudeer hun woordkeus, hun manier van vertellen. Probeer bewust te formuleren wat je precies aan hen bewondert, wat je van hen wilt leren, en herlees de scènes die je mooi vindt tot je erachter komt wat de schrijver precies gedaan heeft om die tekst zo goed te maken. Schrijf passages over, of lees ze hardop voor; soms zie je dan dingen die je eerder niet waren opgevallen. Wees niet bang je favoriete auteurs onder de loep te leggen. Als ze echt zo goed zijn als je denkt, wordt hun werk alleen maar beter als je de kunst achter de tekst ontdekt.

  • Maar ... richt je niet te veel op één auteur of één stijl

  • Als ik zeg 'bestudeer je favoriete auteurs' dan bedoel ik 'bestudeer er meer dan één'. Zoek naar schrijvers met uiteenlopende stijlen en vergelijk ze. Richt je nooit helemaal op één auteur, hoe veel je hem of haar ook bewondert. 'Stephen King is de beste auteur ter wereld' of 'Niemand schrijft zo goed als Tolkien' zijn de woorden van een fan, niet van een schrijver. Als je als schrijver nergens anders naar streeft dan naar een andere auteur zo dicht mogelijk benaderen, dan doe je niets ander dan kopiŽren – je bent een tribute band. Maar als je zelf iets bij wilt dragen, streef je ernaar je helden te overtreffen, en heb je ook oog voor hun zwakke punten.

  • Investeer in een woordenboek

  • Als schrijver heb je heel veel voordeel van een grote woordenschat. Dus grijp iedere gelegenheid aan om nieuwe woorden te leren. Als je een onbekend woord tegenkomt, zoek het dan op. Gebruik een synoniemenwoordenboek. Wees niet bang om woorden te gebruiken die je lezers misschien niet kennen. Het kan geen kwaad ze een beetje uit te dagen.

  • Maar ... stijl is niet synoniem met 'meer woorden'

  • Een eigen stijl ontwikkelen betekent niet zo veel mogelijk woorden en bijzinnen in een zin proppen. Dat je lange, gecompliceerde zinnen kunt maken of tien synoniemen kunt bedenken voor het woord 'maar' betekent niet dat je boeiend schrijft. Een goede stijl leest prettig en komt natuurlijk en spontaan over. Hij schreeuwt niet uit 'Kijk eens wat een moeite ik gedaan heb.' Je stijl moet je helpen bij het vertellen van je verhalen, hij moet je verhalen niet overweldigen.

Als je eenmaal een basis hebt ontwikkeld en je je op je gemak voelt met je manier van schrijven, kun je wat gaan experimenteren en variaties in je stijl aanbrengen. Je hoeft niet voor ieder verhaal een compleet nieuwe stijl uit te vinden (dat zou ondoenlijk zijn), maar de toon van een grappig verhaal is anders dan die van een tragedie of een spannend verhaal. Veel schrijvers ontdekken al vrij snel dat ze een voorkeur hebben voor een type verhaal en stemmen hun stijl daarop af. Maar als je meer dan één type verhaal wilt schrijven (zowel komedie als tragedie, bijvoorbeeld), zul je varianten op je stijl moeten ontwikkelen.

Om terug te komen op ons verhaal over de bergbeklimmers, je kunt door je stijl en je verteltoon de gebeurtenissen daarin heel verschillende ladingen geven. Je kunt het vertellen als een tragedie (mensen gaan ten onder aan hun eigen koppigheid). Je kunt er een spannend verhaal van maken (zullen ze het halen?). Je kunt de karakters bespotten (hoe komen ze erbij dat ze een berg kunnen bedwingen?). Je kunt schrijven over hoe moedig je karakters zijn om de uitdaging aan te gaan, ook al loopt het niet goed met ze af. De gebeurtenissen in een verhaal bepalen niet of het komisch of tragisch of spannend of iets anders is. Je kunt iedere reeks gebeurtenissen op meerdere manieren vertellen. Je stijl, je toon, de manier waarop je het verhaal vertelt, die bepalen het type verhaal.

Meestal kies je niet bewust op welke toon je een verhaal wilt vertellen. Je hebt een voorkeur, je hebt je in een bepaalde richting ontwikkeld, en als je een onderwerp kiest om over te schrijven, heb je meestal al een duidelijk idee welk type verhaal het moet worden. Maar het is de moeite waard om eens te experimenteren en een plot op een aantal verschillende manieren uit te werken (biijvoorbeeld als komedie, als beschouwend verhaal en als spannend avontuur). Misschien verras je jezelf wel, en werkt een andere manier van vertellen een heel stuk beter.






Sarah de Waard Auteursbegeleiding en Redactie
KvK-nummer: 54925037
BTW-identificatienummer: NL131530392B01