Perspectief


Als een verhaal goed geschreven is, merk je eigenlijk nauwelijks welk perspectief (of welke perspectieven) de schrijver gebruikt. Anders dan karakters of plotwendingen of locaties blijft perspectief (het standpunt van waaruit het verhaal verteld wordt) op de achtergrond. Maar het gekozen perspectief (en de manier waarop het uitgevoerd is) kan een verhaal maken of breken. Al heb je de meest verrassende plot ooit en geweldig interessante karakters, als je de lezers niet bij je verhaal kunt betrekken, is dat nutteloos. En daar dient het perspectief voor.

Een goed toegepast perspectief kan ervoor zorgen dat je lezer werkelijk het gevoel krijgt dat hij door de ogen van een karakter kijkt, dat hij het verhaal met dat karakter meebeleeft. Het kan hem ook het gevoel geven dat hij als een god op de gebeurtenissen neerkijkt. Maar je gebruikt perspectief ook om spanning op te wekken. Spanning ontstaat door informatie zorgvuldig te distribueren, en het perspectief dat je gekozen hebt, bepaalt mede wat je wel en niet kunt vertellen.

  • De eerste persoon

  • De meeste verhalen worden in de eerste persoon (ik-persoon) of de derde persoon (hij/zij/het-persoon) geschreven. Af en toe gebruikt een schrijver de tweede persoon (jij), maar dat is altijd experimenteel. En al komen er soms hele verrassende verhalen uit, de tweede persoon is voor gevorderde schrijvers die heel goed zijn in met perspectieven spelen. Je kunt er beter niet aan beginnen voor je de eerste en de derde persoon onder de knie hebt.

    Het belangrijkste verschil tussen de eerste en de derde persoon is dat een karakter zich in de eerste persoon direct tot de lezer richt. Dat geeft het verhaal iets persoonlijks, alsof de verteller de lezer heeft uitgekozen om zijn levensverhaal en zijn geheimen aan te vertellen. Een nadeel is wel dat een verhaal in de eerste persoon altijd 'achteraf' verteld is. Een verhaal in de derde persoon kan in de verleden tijd verteld zijn en nog steeds overkomen als 'heden'. Maar tenzij je in de tegenwoordige tijd schrijft (en de tegenwoordige tijd combineren met de eerste persoon wordt heel snel claustrofobisch en onnatuurlijk), is een verhaal dat in de eerste persoon verteld wordt altijd achter de rug op het moment dat de verteller begint te spreken. Misschien is hij niet definitief buiten gevaar – er kan hem in de laatste scène nog iets overkomen – maar hij heeft in ieder geval de tijd gehad om zijn gedachen te ordenen en zijn verhaal te vertellen.

    Verder moet je er rekening mee houden dat in de eerste persoon schrijven een stuk moeilijker is dan het lijkt. Als schrijver moet je met de eerste persoon echt in de huid van een karakter kruipen. Je mag alleen vertellen wat het betreffende karakter kan zien, horen, weten of veronderstellen. En je moet met zijn stem spreken: je moet je observaties en je woordkeus aanpassen aan wat hij zou opmerken en hoe hij het zou beschrijven. Bovendien beseft het karakter (in tegenstelling tot een karakter dat in de derde persoon beschreven wordt) dat hij een publiek heeft, dat hij geobserveerd wordt, en dat zal beïnvloeden wat hij wel en niet vertelt.

    De eerste persoon beperkt je blikveld, en een meervoudig perspectief (zie hieronder) komt bij de eerste persoon veel onnatuurlijker over dan wanneer je de derde persoon gebruikt. Dus als je in de eerste persoon wilt schrijven, moet je het karakter waarbij het perspectief ligt zorgvuldig kiezen. In ons bergbeklimmersverhaal komt bijvoorbeeld maar één karakter in aanmerking als verteller omdat hij de enige is die het hele verhaal meemaakt. Maar bij het uitzetten van je plot moet je er dan wel rekening mee houden dat dat karakter betrokken is bij en/of een toeschouwer is van alle subplots.

    Nog iets anders wat je moet bedenken (al hoef je deze informatie niet met je lezer te delen) is waar de verteller zich bevindt op het moment dat hij aan het verhaal begint. In het bergbeklimmersverhaal heb je een paar opties. De gebeurtenissen kunnen zich ontvouwen terwijl hij ze beschrijft – als je het verhaal in de vorm van een dagboek giet. Maar de verteller kan de gebeurtenissen ook vertellen op het moment dat hij hulpeloos op de top van de berg zit en niet meer naar beneden kan. Of na afloop van zijn avontuur, als hij weer veilig thuis zit (als je wilt dat hij het avontuur overleeft).

    Op welk punt je verteller zich bevindt, bepaalt de toon van het verhaal en welke informatie hij wel en niet zal delen. Als je verteller in het bergbeklimmersverhaal een dagboek bijhoudt (bijvoorbeeld om na afloop een reisverslag te kunnen schrijven) krijg je een gedetailleerd verslag waarin de klim van dag tot dag wordt beschreven en waarin de toon langzaam maar zeker verschuift van hoop naar wanhoop. Al moet je jezelf bij deze vorm wel afvragen hoe geloofwaardig het is dat dit karakter tot het eind van de klim toe een dagboek bij zou (kunnen) houden. Als de verteller daarentegen pas aan zijn verhaal begint op het moment dat hij op de top van de berg zit, zal hij zich niet herinneren hoe de stemming in de groep van dag tot dag veranderde. In zijn verslag zal meer de nadruk liggen op de grote momenten, de keerpunten in de reis. En waarschijnlijk is zijn geest tegen die tijd niet helemaal helder meer, en kun je spelen met hallucinaties en verwarring.

    Een verhaal dat verteld wordt door het karakter dat van de berg afgekomen is, zal weer een heel andere toon hebben. Voor die verteller is het onmiddellijke gevaar geweken, maar hij zal waarschijnlijk meer last hebben van schuldgevoelens. Voor hem zal het verhaal vooral een kwestie zijn van de balans opmaken. Wat ging er goed, wat ging er fout, was de onderneming het waard, welke boodschap wil ik mijn toehoorder meegeven? Aan de andere kant, deze verteller heeft veel meer te verliezen dan de verteller op de top van de berg, en kan proberen informatie achter te houden (bijvoorbeeld fouten die hij gemaakt heeft, of momenten waarop hij niet bepaald heldhaftig was). Het verslag van het karakter dat niets te verliezen heeft is misschien verwarder, maar wel oprechter.

  • De derde persoon

  • De eerste persoon ontleent zijn intimiteit aan het feit dat de lezer rechtstreeks aangesproken wordt door een karakter. De derde persoon heeft echter een heel eigen vorm van intimiteit. Een karakter dat in de derde persoon beschreven wordt, weet niet dat hij gevolgd wordt. Hij zal zich dus natuurlijker gedragen dan een karakter dat bewust een verhaal vertelt, en als schrijver kun je je lezer toegang geven tot alle onbewuste gedachten, gevoelens en observaties die een karakter dat zelf zijn verhaal vertelt liever zal verzwijgen. In verhalen die in de derde persoon geschreven zijn, krijg je veel directer toegang tot de ware persoonlijkheid van een karakter – je neemt de barrière van de verteller weg.

    In de derde persoon zit je verder minder vast aan het taalgebruik van het karakter dat je volgt. Je mag hem nog steeds geen gedachten geven die niet van hemzelf afkomstig lijken te zijn of woorden in de mond leggen die hij niet kan kennen. Maar je zit minder vast aan 'ieder woord moet rechtstreeks van hem of haar lijken te komen'. De verteller is een onzichtbare entiteit die zich net buiten het karakter bevindt (al kan hij ook in diens hoofd kijken); hij is niet identiek aan het karakter.

    Als je het bergbeklimmersverhaal in de derde persoon zou schrijven, zou het ook makkelijker zijn om met een meervoudig vertelperspectief te werken. Als in een verhaal de persoonlijke ervaringen en beslissingen van de karakters erg belangrijk zijn, kun je beter voor een meervoudig persectief (meerdere vertellers dus) kiezen. Al heeft het enkelvoudig perspectief ook zijn voordelen (zie hieronder).

    Verder gelden voor de derde persoon grotendeels dezelfde regels als voor de eerste persoon. Het karakter waar het perspectief bij ligt, moet betrokken/aanwezig zijn bij alle gebeurtenissen die je beschrijft, en je mag zijn of haar persoonlijkheid en overtuigingen niet uit het oog verliezen. Het belangrijkste verschil is dat de derde persoon directer is – en waarschijnlijk makkelijker te hanteren is als je begint met schrijven.

  • De alwetende verteller

  • Het is makkelijk om de alwetende verteller te verwarren met de derde persoon. Bij beide gebruik je hij/zij/het om de karakters aan te duiden, en soms is het verschil bijna niet te zien. De derde persoon kan heel afstandelijk gebruikt worden, en er zijn alwetende vertellers die diep doordringen in de gedachten en gevoelens van een karakter. Het belangrijkste verschil (en iets wat je goed in de gaten moet houden als je zelf schrijft) is dat een 'echte' derde persoon niet van de zijde van een karakter wijkt. Als je in de derde persoon schrijft, kun je het onderbewuste van dat karakter beschrijven, maar je kunt niet naar gebeurtenissen aan de andere kant van de berg kijken. Een alwetende verteller kan dat wel.

    Het grote voordeel van de alwetende verteller is dat je je lezers informatie kan geven die geen van de karakters kan hebben. bijvoorbeeld dat een lawine de pas heeft afgesloten die de karakters willen gebruiken, of dat er in het verleden een aardbeving is geweest die rotsen heeft losgeschud. Dit kun je doen zonder het hele verhaal zo ver op afstand te blijven: een alwetende verteller mag zich gedragen als een 'valse' derde persoon en de karakters van nabij volgen.

    Het gevaar van de alwetende verteller is dat je het jezelf er te makkelijk mee maakt. De alwetende verteller is niet makkelijk te hanteren. Dat je alle informatie rechtstreeks en zonder tussenkomst van karakters kunt vertellen, wil niet zeggen dat je dat ook moet doen. Informatie-distributie (hoe vertel je iets, en waar vertel je het) blijft belangrijk. Kies een alwetende verteller alleen als die manier van vertellen iets toevoegt, als je informatie kwijt moet die je niet met behulp van de derde persoon kunt vertellen. Niet omdat het je makkelijker lijkt – dat is het niet.

  • Enkelvoudig en meervoudig perspectief

  • Het verschil tussen enkelvoudig en meervoudig vertelperspectief is simpel. Bij een enkelvoudig perspectief (of het nou de eerste of de derde persoon is) blijf je bij een enkel karakter en beschrijf je het verhaal uitsluitend door zijn of haar ogen. Bij een meervoudig perspectief spring je heen en weer tussen karakters, of verlaat je hen met een alwetende verteller soms helemaal. Een meervoudig perspectief is moeilijker geloofwaardig te maken als je vanuit de eerste persoon schrijft (vijf unieke, duidelijjk van elkaar te onderscheiden stemmen creeëren is lastiger dan vijf karakters volgen met behulp van de derde persoon), maar het is niet onmogelijk. Je kunt als je wilt ook de eerste en de derde persoon afwisselen. Zolang het verhaal maar natuurlijk blijft klinken.

    De voordelen van een meervoudig perspectief zijn duidelijk. Zeker als je veel karakters en ingewikkelde plotlijnen hebt, is het bijna onmogelijk om één karakter overal bij aanwezig te laten zijn. Als je merkt dat je heel kunstmatige situaties moet creeëren om je karater ergens getuige van te laten zijn, kun je beter met een meervoudig perspectief werken. Je kunt het meervoudig perspectief ook gebruiken om dezelfde gebeurtenissen door de ogen van verschillende karakters te laten zien. En de kans dat de lezer zich identificeert met een van je karakters groter als je hem meerdere karakters geeft om uit te kiezen.

    Het enkelvoudige perspectief heeft echter één groot voordeel. Het staat dichter bij onze eigen, alledaagse ervaringen. Wij kunnen niet in het hoofd van een ander kijken – we weten nooit helemaal zeker hoe anderen over ons denken, of wat ze doen als we hen uit het oog verliezen. We moeten vertrouwen op wat ze ons vertellen en op onze eigen observaties. De een heeft daar meer moeite mee dan de ander, maar het is een universele menselijke ervaring: we kunnen niet uit ons eigen hoofd treden. Met een enkelvoudig perspectief repliceer je die ervaring, waardoor je karakter vanzelf menselijker lijkt.

  • Perspectiefwisselingen en perspectiefbreuken

  • Een perspectiefwisseling betekent dat je van het ene karakter naar het andere springt, of van een karakter naar een alwetende verteller (of omgekeerd). Er zijn geen harde regels, maar er zijn wel goede en slechte (of liever gezegd, effectieve en minder effectieve) perspectiefwisselingen. Meestal wissel je niet van perspectief binnen een scène, en zoek je verder zo veel mogelijk naar natuurlijke punten om van perspectief te veranderen. Een goede plaats voor een wisseling is een nieuw hoofdstuk of een nieuwe scène. Over het algemeen geldt: als je ergens een witregel kunt plaatsen zonder het verhaal te verstoren, kun je er van perspectief wisselen.

    Een voorbeeld van een lelijke perspectiefwisseling (iets wat schrijvers nog vrij vaak doen) is wanneer je binnen een scène waarin je een discussie of een conflict beschrijft om de andere zin overspringt naar een ander karakter, om iedereens mening en iedereens gevoelens te laten zien. Dat is nergens voor nodig. Je kunt iemands mening ook weergeven via zijn gedrag of door wat hij zegt. Bij het minste of geringste in iemands hoofd kruipen om uit te leggen wat hij of zij denkt (en dan bij meerdere mensen tegelijk) is lui en laat zien dat je weinig vertrouwen hebt in de intelligentie van je lezer. Je kunt het perspectief in een dergelijke scène beter bij één karakter houden, en de lezer naar de motieven en gevoelens van de rest laten raden. Dat komt niet alleen natuurlijker over, het maakt het verhaal ook spannender en betrekt de lezer actiever bij het verhaal.

    Stel dat je in het bergbeklimmersverhaal een scène schrijft waarin de karakters zich in het basiskamp bevinden en een discussie voeren over of ze verder moeten gaan of niet. Twee van hen willen koste wat kost verder, twee vinden het te gevaarlijk worden, en het laatste karakter zegt dat hij verder wil, maar probeert in werkelijkheid de klim te saboteren. Er worden over en weer argumenten uitgewisseld en de discussie eindigt – voorlopig – onbeslist. Wanneer is deze scène interessanter? Wanneer je de discussie beschrijft vanuit een van de karakters die niets liever wil dan de top bereiken maar die niet langer zeker weet of zijn team hem wel steunt, of wanneer je de gedachten, gevoelens en motieven van alle vijf karakters beschrijft, inclusief die van de saboteur? Door bij dat ene karakter te blijven, laat je de lezer dezelfde onzekerheid ervaren die het karakter op dat moment ervaart, en versterk je de band tussen de lezer en je karakter. Als je de discussie door de ogen van alle vijf karakters beschrijft, neem je juist veel van de spanning van het conflict weg.

    Maar hoe lelijk sommige perspectiefwisselingen ook zijn, ze zijn niet per se 'verboden'. Als schrijver kun je verdedigen dat de perspectiefwisselingen nodig zijn voor je verhaal. Perspectiefbreuken – wanneer je iets vertelt wat een karakter niet kan zien, weten of vermoeden – zijn daarentegen wel echte fouten. Middenin een ruzie van karakter A naar karakter B springen is een perspectiefwisseling. Een karakter een gesprek laten afluisteren door een dichte deur en hem dan de gebaren en gezichtsuitdrukkingen van de karakters die hij afluistert laten beschrijven is een perspectiefbreuk. Of, om het voorbeeld van de ruzie in het basiskamp nog een keer aan te halen: als je beschrijft hoe alle karakters zich voelen en je de scène door al hun ogen beschrijft, is er sprake van een reeks perspectiefwisselingen. Karakter A laten denken dat karakter B sprekend op zijn tweelingbroer lijkt en dat een vete tussen de broers de oorzaak is van het drammerige gedrag van karakter B, terwijl karakter A karakter B voor de klim nooit ontmoet heeft en niets van zijn persoonlijke situatie afweet, is een perspectiefbreuk.

    Perspectiefbreuken en onnodige perspectiefwisselingen sluipen veel makkelijker in je tekst dan je zou denken. Vaak is het terwijl je schrijft zo veel makkelijker om even over te springen naar een ander karakter of snel iets mee te delen wat je verteller niet kan weten. Je vergeet op zo'n moment door de ogen van het karakter te kijken en je in zijn situatie te verplaatsen. Maar daardoor toon je jezelf aan je lezers, en dat is nooit de bedoeling – de schrijver moet onzichtbaar blijven. Het is dan ook een goed idee om er niet alleen zorgvuldig op te letten terwijl je schrijft (en je perspectief bewust te kiezen), maar je verhaal er achteraf ook nog een keer op na te lezen.






Sarah de Waard Auteursbegeleiding en Redactie
KvK-nummer: 54925037
BTW-identificatienummer: NL131530392B01